monte
vervoeging van |
---|
monter |
monte
- eerste en derde persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige tijd (indicatif présent) van monter
- eerste en derde persoon enkelvoud tegenwoordige aanvoegende wijs (subjonctif présent) van monter
- tweede persoon enkelvoud gebiedende wijs (impératif présent) van monter
- IPA: /ˈmonte/
- mon·te
enkelvoud | meervoud |
---|---|
monte | monti |
monte m
vervoeging van |
---|
montar |
monte